Publication: KunstWordtTerugKunst
Kunstwordt
       terugkunst #4

Cahier for Contemporary Art
with contributions by
Janna Banning, Samuel Beckett, Ruth van Beek, Frank van den Broeck, Loek Grootjans, Thomas Hischhorn, Philippine Hoegen, Donald Judd, Rob Moonen, Annemarie Verheijden, Henk Visch, Anneke Walvoort, Florette Dijkstra
Editor: Florette Dijkstra

http://www.kunstwordtterugkunst.nl/

Launched on January 13th 2013 at de Ketelfactory in Schiendam.



text contribution Philippine Hoegen:

Onvermoeibaar zoek ik in spiegelende oppervlakten naar een bewijs van mijn bestaan. Ik heb een brandend verlangen om zeker te stellen dat ik ben. Ik probeer mijn eigen lichaam te zien, in zijn geheel en áls geheel, en mij daarmee te identificeren, te verzoenen, waarlijk te voelen: dat ben ik. Ik kijk naar mijn eigen ogen, mijn ogen in mijn gezicht, mijn hoofd samen met mijn lichaam. Ik wil getuigen van mijn fysieke verschijning in de wereld, tussen de objecten om mij heen, tussen lichamen van anderen en als deel van de zichtbare en tastbare wereld. Ik wil kunnen vergelijken, controleren op afwijkingen en het lichaam bijschaven: recht knippen, opverven, aankleden. Als ik mezelf als de ander kan zien, zou mijn bestaan wellicht vanzelfsprekend worden, want aan het bestaan van de ander twijfel ik niet. Met een spiegel lukt het bijna maar niet helemaal. Mijn spiegelbeeld imiteert me maar. Ze beweegt niet vrij in de ruimte maar kijkt me steeds strak aan en loopt schielijk uit beeld zodra ik me iets te veel naar rechts of links beweeg. Een gesprek is ondoenlijk. Mijn spiegelbeeld praat me na en praat door me heen, ze zwijgt als ik zwijg, ik kan niet horen of ze iets heeft gezegd.

In zijn werk In Two Minds gaat de kunstenaar Kevin Atherton zitten op de rand van een tafel. Hij is in het zwart gekleed. Op de muur achter hem een levensgrote projectie van hemzelf, dertig jaar geleden gefilmd. Ook die Kevin Atherton zit op de rand van een tafel en is in het zwart. Zijn benen bungelen over de rand. Hij kijkt aandachtig, rookt, praat, en is soms ook stil. Hij stelt vragen en neemt stelling over de beeldende kunst: wat het is en zou moeten zijn, de plaats ervan in de wereld. Om met zijn geprojecteerde zelf in gesprek te gaan maakt de Kevin van nu gebruik van de stiltes die hij laat vallen en waarbij hij oplettend in de camera blijft kijken. Hij beantwoordt de vragen die de geprojecteerde Kevin stelt, reageert op wat hij heeft gezegd, maakt tegenwerpingen en stelt nieuwe vragen. Kevin Atherton praat met zichzelf.

Ik zag een versie van de performance in het Van Abbemuseum in Eindhoven, ongeveer 2 jaar geleden. Op het internet staat een foto van de performance. Het publiek heeft zich in een halve cirkel om het tweetal verzameld, de meesten op de grond. Ik vind mezelf rechts in de foto, ook op de grond, en profile. Van de inhoud van het gesprek herinner ik me eigenlijk niets, maar dat dit gesprek plaats heeft gevonden, grijpt me aan. De man van nu die praat met zichzelf toen. Dat bevredigt een verlangen: niet alleen wordt het verleden zichtbaar gemaakt, het wordt ook opnieuw toegankelijk gemaakt. De jonge zelf is als een fantoom dat, anders dan een spiegelbeeld, autonoom beweegt en spreekt, maar even ongrijpbaar is. Net als een foto toont een film een vervlogen moment: iets wat toen was en nu niet meer. De jonge man die we zien bewegen en waarmee een gesprek wordt gevoerd, is er niet meer. De film wekt hem tegelijk tot leven én verklaart hem dood. Het is een luguber spel.

Memo is een muziekstuk voor viool en tapedeck van Michel van der Aa. Een solo, hoewel je het ook een duet zou kunnen noemen. Terwijl de violist haar eerste passage speelt neemt ze haar spel op de bandrecorder op. Als ze klaar is, spoelt ze het bandje snerpend terug, en na een ‘klik’, ‘klak’ en een zacht gesnor, wordt de opname hoorbaar. Het geluid is pijnlijk, ontzettend melancholiek. De violiste speelt de tweede passage. Het is nu een duet, want ze wordt begeleid door zichzelf, althans door de viool uit het zwarte doosje, de opname van haar eigen spel van een paar minuten geleden. Het is geen gemakkelijk gesprek. Aan het einde van de tweede beweging spoelt ze helemaal terug naar het begin, ze wist alles van het bandje en begint opnieuw. In het laatste deel speelt ze één lange noot, die ze opneemt en direct aan zichzelf terugspeelt. Ze speelt de noot opnieuw, ook dat neemt ze op en speelt ze terug, en weer, en weer: steeds dezelfde toon die de instrumenten heen en weer aan elkaar geven, klagelijk tegen elkaar in en met elkaar mee gaand.

In beide werken ontstaat er door het gebruik van een technische ingreep de mogelijkheid om de eigen verschijning te veruiterlijken en naast ‘ik’ in de wereld te plaatsen. Het doet denken aan de klassieke act waarbij de komediant door een hoed op en af te zetten of steeds van plaats te veranderen, zichzelf splitst en met zichzelf een gesprek aanknoopt. Van de twee werken lijkt In Two Minds het meest op dit model. Atherton maakt gebruik van het komische aspect, hij schmiert. Hij zet zijn beide ikken afwisselend een beetje voor gek. Maar hij doet dat zachtjes, met mededogen. Hij lijkt geroerd door de gedrevenheid van zijn oude, jonge ik en als toeschouwers voelen we dat mee. De zelfspot is vriendelijk en weemoedig.

Memo is in het geheel niet komisch. Het werk schrijnt. De viool klinkt kaal-hard en breekbaar uit de zwarte recorder, ik word intens verdrietig van dat geluid en dat is vreemd: het origineel van deze opname werd zojuist, seconden geleden, zonder veel drama gespeeld. De violenstem is opgenomen, vastgelegd en teruggespeeld. Wat maakt deze versie van het origineel zo intens tragisch? Wat is er gebeurd in een paar minuten? Is er iets met mij gebeurd?

Een fantasie die in de figuur van Echo in de antieke mythe Echo en Narcissus wordt uitgesponnen, het idee dat Echo, anders dan het spiegelbeeld, een zelfstandig personage is, is precies de fantasie die door Kevin Atherton wordt bespeeld als hij in gesprek gaat met zijn geprojecteerde zelf. Echo, gestraft door de goden, kan alleen de woorden van anderen herhalen. Alles wat de projectie van K.A. zegt is een uitgestelde echo, het is eens door Atherton zelf gezegd en komt nu naar hem terug. Maar gebruikmakend van de vertraging en controle die de techniek geeft over die terug klinkende woorden, kan de huidige K.A. ermee spelen. Alsof het werkelijk een ander is die nu spreekt. Net als Echo heeft ook deze ander zijn beperkingen: hij wacht niet altijd totdat je bent uitgepraat, hij geeft soms geen antwoord op je vragen, hij praat soms dwars door je heen. Net als Echo gebruikt hij altijd jouw woorden, maar hij spreekt onafhankelijk van jou. Zo wordt het essentiële bereikt: het zelf wordt herschapen als een gesprekspartner, als de ander. Maar in dezelfde beweging is het zelf vervangen en verloren gegaan. In het ogenblik dat ik mijn bestaan bevestig, zie ik mijn eigen teloorgang.